Logo

Webible

//
31. Ik hoor al het gillen als van een v...

Jeremiah

Kapitola 4 : Verš 31

31 / 31

Ik hoor al het gillen als van een vrouw in haar weeën, Het krijten als bij een eerste kind. Het is het kermen van de dochter van Sion, Die naar adem snakt, de handen wringt. Wee mij! O, ik bezwijk Onder de slagen der beulen!