Logo

Webible

//
26. Toen zeide Simson tot den jongen, d...

Rechters

Kapitola 16 : Verš 26

26 / 31

Toen zeide Simson tot den jongen, die hem bij de hand hield: Laat mij gaan, dat ik de pilaren betaste, op dewelke het huis gevestigd is, dat ik daaraan leune.