Logo

Webible

//
24. Toen zeide hij: Gijlieden hebt mijn...

Judges

Kapitola 18 : Verš 24

24 / 31

Toen zeide hij: Gijlieden hebt mijn goden, die ik gemaakt had, weggenomen, mitsgaders den priester, en zijt weggegaan; wat heb ik nu meer? Wat is het dan, dat gij tot mij zegt: Wat is u?