Psalms 11

1 Voor muziekbegeleiding; met bassen. Een psalm van David.

2 Help toch Jahweh; want de trouw is verdwenen, De waarheid is zoek onder de kinderen der mensen.

3 Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.

4 Jahweh snijde al die vleiende lippen af, De verwaande tongen van allen die zeggen:

5 “Met onze tong zijn we sterk! We hebben onze lippen; wie kan ons aan!”

6 Om de nood der verdrukten En het kermen der armen Ga Ik opstaan, zegt Jahweh, Om redding te brengen aan wie er naar smacht!

7 Het woord van Jahweh Is zuiver als zilver, In een aarden smeltkroes gelouterd, Gereinigd tot zevenmaal toe.

8 Gij zult het gestand doen, o Jahweh, En ons altijd beschermen tegen dit ras:

9 Al zijn de bozen nog zo verwaand, En de mensen nog zo gemeen!