Psalms 115
1 Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: "Ik ben diep ongelukkig!"
2 Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: "Er is geen mens te vertrouwen!"
3 Hoe zal ik Jahweh kunnen vergelden Al het goede, dat Hij mij deed?
4 De kelk der redding hef ik omhoog, En roep de Naam van Jahweh aan;
5 Ik zal mijn gelofte aan Jahweh volbrengen Ten overstaan van heel het volk:
6 Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen.
7 Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken:
8 Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,
9 —
10 In de voorhoven van Jahweh’s huis, Binnen uw muren, Jerusalem!