Psalms 66

1 Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm; een lied.

2 God zij ons genadig, en zegene ons, En doe zijn aanschijn over ons lichten;

3 Opdat men op aarde zijn wegen erkenne, Onder alle volken zijn heil.

4 De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!

5 De volkeren zullen juichen en jubelen, Omdat Gij de wereld rechtvaardig regeert, Met gerechtigheid de volkeren richt, En de naties op aarde bestuurt.

6 De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!

7 De aarde heeft haar oogst gegeven, De Heer, onze God, ons gezegend;

8 Moge God ons blijven zegenen, En alle grenzen der aarde Hem vrezen. De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!