Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o Heere!
Heere! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
Zo Gij, Heere! de ongerechtigheden gadeslaat; Heere! wie zal bestaan?
Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Ik verwacht den Heere; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Israël hope op den Heere; want bij den Heere is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.