Een lofzang van David. . O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.
. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.
. De Heere is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
. Geslacht aan geslacht zal Uw werken roemen; en zij zullen Uw mogendheden verkondigen.
. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.
. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.
. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.
. Genadig en barmhartig is de Heere, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
. De Heere is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
. Al Uw werken, Heere, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken.
. Om den mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.
. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht.
. De Heere ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.
. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
. De Heere is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.
. De Heere is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.
. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen.
. De Heere bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen.
. Mijn mond zal den prijs des Heeren uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.