Een psalm van David. . Tot U, o Heere! hef ik mijn ziel op.
. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij.
. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak.
. Heere! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik den gansen dag.
. Gedenk, Heere! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.
. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o Heere!
. De Heere is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.
. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren.
. Alle paden des Heeren zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
. Om Uws Naams wil, Heere! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.
. Wie is de man, die den Heere vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.
. Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven.
. De verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
. Mijn ogen zijn geduriglijk op den Heere, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.
. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.
. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.
. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.
. Aanzie mijn vijanden, want zij vermenigvuldigen, en zij haten mij met een wreveligen haat.
. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.
. Laat oprechtigheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.
O God! verlos Israël uit al zijn benauwdheden.