Logo

WeBible

Psalms 65

65 / 150
1

Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester. [065:2] De lofzang is in stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden.

2

[065:3] Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen.

3

[065:4] Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent Gij.

4

[065:5] Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.

5

[065:6] Vreselijke dingen zult Gij ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee!

6

[065:7] Die de bergen vastzet door Zijn kracht, omgord zijnde met macht.

7

[065:8] Die het bruisen der zeeën stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken.

8

[065:9] En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.

9

[065:10] Gij bezoekt het land, en hebbende het begerig gemaakt, verrijkt Gij het grotelijks; de rivier Gods is vol waters; wanneer Gij het alzo bereid hebt, maakt Gij hunlieder koren gereed.

10

[065:11] Gij maakt zijn opgeploegde aarde dronken; Gij doet ze dalen in zijn voren; Gij maakt het week door de druppelen; Gij zegent zijn uitspruitsel.

11

[065:12] Gij kroont het jaar Uwer goedheid; en Uw voetstappen druipen van vettigheid.

12

[065:13] Zij bedruipen de weiden der woestijn; en de heuvelen zijn aangegord met verheuging.

13

[065:14] De velden zijn bekleed met kudden, en de dalen zijn bedekt met koren; zij juichen, ook zingen zij.

Psalms 65